zaterdag 23 juli 2016

Paradijsjes groot en klein....



Ik ben aan het lezen in de eerste lessen van de opleiding van de OBOD tot Druïde, 1e graad, de Bardengraad. Het blijft niet bij lezen alleen, het is vooral de ervaring, het gelezene eigen maken, beleven. En dat is me niet nieuw. Er wordt me, nog zo vooraan, in de opleiding gevraagd wat Druïden voor me betekenen, wat Druïdry voor mij betekent, zo zonder er allerlei over gelezen te hebben in de opleiding. Interessant om over na te denken. Leuk ook om daar na een tijdje, na de opleiding nog eens naar te kijken en te zien wat er veranderd is.

Druïden zijn voor mij altijd al met iets magisch omgeven, een gevoel van thuis komen zonder te weten wat dat 'thuis' dan ook was of waar dat dan ook was. Een oude herinnering aan vervlogen tijden, een gevoel van heimwee, van verlangen zonder te weten waarnaar, zonder het woorden te kunnen geven.
Ik ben altijd een boekenwurm geweest. Als kind las ik boeken over megalietenbouwers, over volken die in het verre verleden leefden, meer verbonden met de natuur dan in de huidige maatschappij. Ik werd blij van iedere boswandeling waarnaar mijn ouders mij meenamen. De bomen, de planten, dieren, stenen (ik had een hele verzameling), ze waren voor mij meer dan alleen een mooi landschap, meer dan een naam in een natuurgids. Ik las over geneeskracht van planten en stenen en ik voelde me er helemaal warm en enthousiast van worden. Dat had alles te maken met mijn werkelijke 'thuis', wat dat dan ook was.

Lezen over oude volken, over Druïden, al was het maar in de strip van Astrix en Obelix, al was het 'maar' de Disney figuur van Merlijn (Arthur, madame Mikmak en de uil Archimedes niet te vergeten) of in die geschiedenisboeken... ik wist niet wat het was, maar het was alles waarnaar mijn hart begeerde. Maar er was zoveel, er waren ook de sterren aan de hemel, de meetkunde, de piramiden, er was zoveel meer dat mij boeide. Hoe moest ik in vredesnaam een vak kiezen om mij in te scholen? Alles was met alles verbonden, met iets ook diep in mij.

Jaren later, na héél veel levenservaring opgedaan te hebben, vele omzwervingen, ging ik beseffen dat alles, maar dan ook alles, maar met één ding te maken kon hebben, ik ben een heel oude ziel in een mensenjasje en ik ben een Druïde. De herinnering groeit met de iedere ervaring, met iedere letter die ik lees, met iedere oefening die ik doe. Geen herinnering uit dit leven, maar een her-innering uit vorige levens.

Ik ben een Druïde in hart en ziel. En ik wil me nog meer her-inneren, ik wil weer volledig één worden met de Druïde die in mij huist. En dat streven heeft gevolgen in alles wat ik doe...
En op die manier ben ik ook bij de OBOD terechtgekomen, de Orde voor Barden, Ovaten en Druïden. En ik smul van de oude verhalen, van de citaten en wat al niet meer, waar de liefde voor de natuur, Moeder Natuur, voor Moeder Aarde, voor de Godin Moeder Aarde, alleen maar groeit en groeit.






En dan ga je uitstapjes maken, de natuur in. De natuur voelen, ervaren, maar ook helpen creëren...

Een bijzondere plek, de eeuwenoude Wodanseiken in Wolfheze.
Een sprookjesbos eromheen, met varens, mossen, beek...
Een plek om bij weg te dromen, om tot de innerlijke stilte te geraken.
Fijn dat daar zo'n bankje staat om even stil te zitten en te genieten.
Een plek ook om in contact te komen met de wezens van Moeder Natuur.
Een plek om in contact te komen met de eigen ziel, met het Hoger Zelf.
Een plek waar druïden in hart en ziel een verbinding ervaren met de Ouden, onze verre voorouders.

Eigenlijk verwonderlijk, want de Eiken stammen niet uit die verre geschiedenis, maar toch...
Hun roots, hun wortels, reiken dieper dan hun fysieke historie.
Verhalen zijn naar hen toe gebracht, verhalen van niet zo verre voorouders, slechts zo'n 400 tot 500 jaar. Maar toch...
Het is een plek waar je de diepere verbinding met een oerkracht ervaart, een collectieve kracht die ouder is dan oud.






Een oerbos dat niet oer is qua tijdsbestek, maar oer van gevoel, oer in hart en ziel.
Zoals ieder mens niet 'oer' is in het mensenjasje waarin hij of zij op dit moment leeft, maar veelal wel van ziel, al meerdere keren op deze Moeder Aarde geleefd, maar in ieder geval verbonden met het collectief onderbewuste, dat absoluut 'oer' is.
Een bijzonder bos.
Een bos niet eens zo ver hier vandaan.
Met 20, misschien 25 minuutjes rijden ben ik er.

Ik zou graag in een bos wonen, mis het wel een beetje om niet vanuit ons huis zo het bos in te kunnen lopen, eerst met een auto te moeten rijden. Tja, wat rest je dan te doen? Verhuizen? Een voorouderlijk huis (van mijn man) verlaten? Dat zou een keuze kunnen zijn, heeft onze gedachten wel eens gepasseerd, maar dat hebben we niet gedaan. We hebben een tuin vol natuur en bomen gecreëerd. Een tuin die nog steeds groeit, met ons meegroeit. Meegroeit met de groei van ons Bewust Zijn. Een tuin met Elzen, Spar, Walnoot, Vlier, Kronkelwilg, Eik, Kastanje, Lijsterbes en Beuk. De Elzen stonden er al van oudsher als haag langs een sloot die al gedempt was voordat wij er kwamen wonen, hoewel manlief die sloot nog wel kan herinneren, in dit toen nog landelijk gebied, opgegroeid hier als kind. De Spar stamt van een Kerstboom vanuit de flat waar wij woonden voor we hier naartoe verhuisden. De Walnoot is door mijn schoonvader geplant, ongeveer in de tijd dat wij hier kwamen wonen en dus nu zo'n 23 tot 25 jaar oud is. De Kronkelwilg was ooit een Paastak in de kamer, een tweede kans gekregen op leven, weer verder mogen groeien. Eik, Kastanje en Lijsterbes lieten zich spontaan zien en groeiden (en groeien nog steeds) uit tot prachtige bomen. De Lijsterbes op dit moment weer zwaar van de bessen. Vlier is net onkruid in onze tuin, hoewel onkruid niet bestaat natuurlijk, maar het gezegde geeft wel aan dat het op vele plaatsen opkomt in onze tuin. Jammer genoeg moest een oude Vlier eruit omdat hij dwars door een deel van een schuur groeide. Een nieuwe Vlier werd gepoot op een plek waar hij wel verder uit kon groeien en is dan ook weer een krachtig exemplaar geworden, de ziel (deva) over gehuisd van de oude naar de nieuwe Vlier. Verder is onze tuin verrijkt met meerdere soorten Klimop, een Japanse Esdoorn, Hortensia's, Varens en wat al niet meer. Moeder Natuur zorgt voor de verdere verrassingen die de kop op steken en zorgen voor een verfijnde kleurige aanvulling in de vorm van Cyclaampjes, Irissen, Boshyacintjes, Bosaardbei, Karmozijnbes, Bulgaarse Sierui, Wespenorchis en wat al niet meer. Pure cadeautjes, niet gepoot. Een natuurlijk paradijsje in de achtertuin (zo'n 800 vierkante meter). Genieten dus, zeker nu in vakantietijd de grote weg vlak bij ons huis rustig is, de vogelconcerten steeds weer van zich laten horen en we ons in een landelijk vakantieoord kunnen wanen wanneer we alleen maar ervaren, kijken, luisteren en voelen. En even de huizen om ons heen wegdenken...

Zeker als onze hond en kippetjes vrij mogen bewegen door de tuin...





Maar goed, een wandeling in dit paradijsje is niet zo ver, nodigt eerder uit te gaan zitten en genieten.
Niets te klagen dus, dat verlangen naar bos is gewoon een luxe die ik als klein kind gewend was, om bij mijn ouders de straat uit te lopen, zo het bos in... heerlijk!
Nu wonen we centraal, half uurtje van meerdere prachtige bossen vandaan, krachtplekken nog wel. Berg en Dal met zijn Duivelsberg, de Hatertse en Overasseltse Vennen met de koortsboom bij de St. Walrickkapel én de andere kant op de Wodanseiken. Een half uurtje ook verwijderd van een Hortus. Niets te klagen dus als bosliefhebber. Zeker niet met een auto onder de kont. En ik besef rijk te zijn, rijk aan prachtige wandelervaringen, rijk aan prachtige omgevingen binnen handbereik. En hier hebben we zelf een landelijk agrarisch gebied en de uiterwaarden langs de Waal natuurlijk, dat is te lopen en zeker te fietsen. Met onze kinderen ging ik vaak fietsen over de dijk, vooral insektjes waren interessant voor onze oudste. Een seizoenentafel werd steeds bijgehouden, vol verzamelingen, vol knutseldingen. Kortom er werd en wordt geleefd bij de seizoenen. De liefde voor de natuur is als klein kind al met de paplepel in gegoten. Wat onze kinderen ermee doen is hun pakkie an, maar wat mij betreft is dat gebleven, tot op de dag van vandaag en vindt alleen maar meer verdieping. Meer en meer...

De Bard in mij maakt Mandala's, maakt muziek, schrijft en vertelt de verhalen van Bewust Zijn, van bewustwording, is bewust van de weerspiegeling van de seizoenen der Natuur in onszelf.
De Ovaat in mij werkt met geneeskrachtige planten en edelstenen, met helende energie.
De Druïde in mij, dat is de leraar die in mij huist, de honger om door te geven wat ik zelf geleerd heb, zodat anderen kunnen ervaren wat bij hen past om hen te helpen groeien.
Nauw verbonden met de natuur.

Kortom: wat betekenen Druïden en Druïdry voor mij? Alles, het is de verbondenheid met het Hoger Zelf, met de Andere Wereld, maar ook met Moeder Aarde, de Natuur en al haar bewoners.

En dan moet ik eigenlijk, officieel, nog met de OBOD-opleiding (in dit leven) beginnen.
Maar zoals ik bij veel mensen merk die bij mij komen voor helingsprocessen en tekenen: de energie werkt al zodra je de serieuze intentie neerzet je ergens mee te verbinden, iets te willen leren, ergens mee te willen werken. En ja, die intentie is er mijn hele leven al en krijgt steeds meer verdieping. En hoe meer ik leer, hoe meer ik weet, hoe meer ik besef dat ik nog maar zo weinig weet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten